Pierre Gorrissen bekritiseert in deze podcast de brief van Jan Stedehouder aan de NMA en de reacties daarop. Pierre slaat in de podcast de plank naar mijn mening behoorlijk mis.
Zijn stelling is dat het nu eindelijk maar eens afgelopen moet zijn met het gezeur over open source en dat open source iets voor geeks en nerds is. Dat laatste ben ik overigens met hem eens. De discussie zou dan ook niet moeten gaan over open source maar over vrije software en open standaarden en daar zou het onderwijs naar mijn idee wel boodschap aan moeten hebben.
Zo gebruikt Fontys, de onderwijsinstelling waar Pierre voor werkt het electronisch leersysteem N@tschool. Tot voor kort was dit uitsluitend toegankelijk voor leerlingen die software van Microsoft gebruiken. Inmiddels is er gelukkig een Firefox plugin maar doordat de school deze keuze maakt, dwingt ze dus studenten om thuis software van Microsoft te gebruiken.
Gesloten source software berust op een omgekeerde visie dan vrije software. Gesloten source software leert mensen dat het niet toegestaan is om software te delen en te verspreiden. Vrije software leert het omgekeerde en is gericht op het onvoorwaardelijk delen van kennis, gelijke kansen, samenwerking, zelf-ontplooiing, kritische keuzes maken en zelf-beschikking. Ook vanuit dat perspectief zou een onderwijs instelling in ieder geval vrije software onder de aandacht moeten brengen en minimaal als alternatief moeten aanbieden.
Fontys zelf heeft als uitganspunten voor haar onderwijs het volgende geformuleerd:
“Fontys wil een open organisatie zijn, waarin geleerd wordt in wisselwerking met de omgeving. Leren gebeurt vooral met anderen en in steeds wisselende groepen en situaties. Met haar studenten wil Fontys een hechte en langdurige relatie aangaan. Ontwikkeling, competenties, vaardigheden en eigen keuzes staan daarbij voorop.
Elke student formuleert eigen leervragen, beïnvloedt de eigen leerroute en reflecteert kritisch op het eigen leerproces. Binnen de instituten worden studenten praktijkgericht opgeleid tot professional”.
Dit lijkt mij prima te passen bij de filosofie en mogelijkheden van vrije software maar Pierre stelt in de Podcast dat de afweging vooral over functionaliteit, beschikbaarheid van dienstverleners e.d. zou moeten gaan. Natuurlijk zijn dat ook belangrijke afwegingen maar hij gaat daarbij voorbij aan het voorgaande en aan het feit dat vrije software veel flexibeler en aanpasbaar is dan gesloten source.
Helaas voor Pierre denk ik dat “het gezeur” over vrije software nog maar net begonnen is. Ook al zou de Nma niet op gaan treden dan nog zal het onderwijs binnen een aantal jaren verplicht zijn om met open standaarden te gaan werken en bij gelijke geschiktheid open source software te gebruiken. Het onderwijs moet daarvoor in 2010 een strategie klaar hebben. Anticiperen daarop lijkt me dan ook verstandiger dan het bagataliseren ervan.